Biobased en microplasticvrij: verf zonder aardolie wordt de nieuwe norm
De markt voor ‘biobased coatings’ groeide in 2025 tot +/- 8,9 miljard euro en evolueert volgens onderzoeksbureau MarketGenics naar +/- 27 miljard euro tegen 2035 – een samengestelde jaargroei van 11,7 %. Europa is goed voor 35 tot 40 % van die wereldmarkt, gestuwd door de Green Deal, REACH en strengere aanbestedingsvereisten bij overheden en projectontwikkelaars. Binnen de categorie zijn decoratieve of ‘architecturale’ verven (muur- en gevelverven) het belangrijkst, met zo'n 35 % marktaandeel. Voor de schilder vertaalt zich dat in een steeds groter aanbod bij de vaste verfhandel: wat twee jaar geleden "nicheproducten" waren, staan in 2026 gewoon naast de klassieke muurverf in het rek.
Wat is biobased – en wat is het niet?
Biobased verf vervangt fossiele grondstoffen – voornamelijk bindmiddelen en oplosmiddelen – door hernieuwbare materialen: plantaardige oliën, natuurlijke harsen, cellulose, biopolymeren, ... Een belangrijke nuance, vaak benadrukt door R&D-experts in de sector is dat een hoog biobased gehalte niet automatisch ook een lage CO2-voetafdruk of een "groene" verf betekent. Het zegt enkel iets over de herkomst van de grondstoffen, niet over de volledige milieu-impact.
Dat merk je ook aan de drie gangbare meetmethoden:
- Mass balance: telt in- en uitgaande stromen van een productieproces op. Percentages kunnen toegekend worden aan een product dat zelf weinig hernieuwbare grondstoffen bevat.
- Carbon dating: meet welk deel van het materiaal uit grondstoffen jonger dan tien jaar bestaat.
- TOC / TC: percentage hernieuwbare grondstoffen in enkel de organische koolstof (bindmiddelen + oplosmiddelen) of in de volledige verf. TC (Total Carbon / Totaal Koolstof) staat voor het totale gehalte aan koolstof in de verf, inclusief organische en anorganische bestanddelen (zoals pigmenten en vulstoffen). TOC (Total Organic Carbon / Totaal Organisch Koolstof) is het gehalte aan organische koolstofverbindingen, zoals bindmiddelen en oplosmiddelen. Fabrikanten gebruiken deze waarden om het biobased gehalte (hernieuwbare grondstoffen) van verf aan te tonen. Sommige fabrikanten berekenen dat op basis van de TOC (alleen organische delen), anderen gebruiken de TC (het totaal). Dit verschil kan verklaren waarom de ene verf een hoger biobased percentage claimt dan de andere. Het is daarom belangrijk om bij hoge percentages de meetmethode te controleren. De term TOC wordt in de milieuregelgeving (zoals VLAREM) ook gebruikt als synoniem voor vluchtige organische stoffen (TVOC).
Een biobased claim op een etiket moet dus gelezen worden met aandacht voor de meetmethode. Voor de professional is het nuttig om de leverancier naar het exacte percentage én de meetbasis te vragen bij eerste toepassingen op gevoelige projecten.
Volgens het WorDe geschatte hoeveelheid microplastics van verf die in oceanen terechtkomt wordt geschat op 150-225 miljard plastic flessen
Microplastics: de klok tikt
Via REACH (Annex XVII, Entry 78) beperkt de EU sinds oktober 2023 het op de markt brengen van intentioneel toegevoegde synthetische polymeer-microdeeltjes. Verven zelf vallen niet onder het verbod van zodra micro-organisme-vrije bindmiddelen worden gebruikt, maar primaire microplastic-toevoegingen (bijvoorbeeld als matteringsmiddel of filmvormer) worden uitgefaseerd. Voor schilders is de praktische conclusie eenvoudig: vraag uw leverancier expliciet of de muurverf en grondverf "vrij van primair toegevoegde microplastics" zijn. In bestekken voor zorg, onderwijs en duurzame nieuwbouw wordt die clausule sinds 2025 standaard opgenomen.
Het aanbod groeit
In de Benelux komen biobased en microplasticvrije muurverven steeds breder commercieel beschikbaar. Verschillende Nederlandse en Belgische verffabrikanten brengen vandaag muurverven op de markt met een biobased gehalte tussen 70 en 85 %, vaak gecombineerd met een claim "vrij van primaire microplastics". Daarnaast lopen er R&D-trajecten richting volledig biobased gevelverven en richting 100 % hernieuwbare grondstoffen op middellange termijn.
Op industrieel niveau worden biomass-balanced grondstoffen, waarbij fossiele grondstoffen (zoals aardolie) in het productieproces van verf worden vervangen door hernieuwbare grondstoffen, geïntegreerd in decoratieve verven zonder de receptuur te wijzigen. Reologiemodificatoren – dat zijn additieven cruciaal voor verspuit- en rolgedrag – evolueren mee, met biobased ethylacrylaten die tot 35 % biogeen koolstofgehalte halen. Ook in de houtcoatings verschijnen watergedragen systemen met 20 % biobased gehalte.
Aan de duurzame-bouwzijde van de markt werken regionale spelers, vaak gesteund door provinciale of nationale subsidies, aan circulaire bouwverven uit reststromen. Voorbeelden zijn gerecycleerde kalk uit drinkwaterzuivering die fossiele grondstoffen vervangt – goed voor één miljoen kilo bespaarde nieuwe kalk per jaar – met als doel 100 % hernieuwbare grondstoffen tegen 2030.
In de Benelux komen biobased en microplasticvrije muurverven steeds breder commercieel beschikbaar
Drie segmenten, drie snelheden
De biobased transitie loopt niet aan dezelfde snelheid in alle segmenten. Binnenmuurverven lopen voorop: hier worden lage VOC, reukneutraliteit en biobased het sterkst gewaardeerd door eindklanten en architecten. Houtcoatings volgen, met biobased gehaltes tussen 20 en 40 % in watergedragen systemen, maar worden vaak gehinderd door de hogere prestatie-eisen rond UV-stabiliteit en hechting op moeilijke ondergronden. Industriecoatings en gevelverven sluiten de rij: hier blijven anti-corrosie, weerbestendigheid en levensduur primair, en zijn fossiele bindmiddelen voorlopig nog moeilijk volwaardig vervangbaar.
Voor de aannemer betekent dit dat de keuze voor biobased niet op één product slaat, maar een portefeuille die per project anders wordt samengesteld. Bij een binnenrenovatie is het vandaag al haalbaar; bij een industriegevel zijn er nog compromissen.
Wat met de afvalstroom?
Een vaak vergeten facet van de biobased revolutie is de achterkant: wat gebeurt er met overschotten en lege verpakkingen? In België wordt verfafval verzameld via Recupel-achtige circuits en gemeentelijke containerparken. De nieuwe Waste Framework Directive (oktober 2025) versterkt de Extended Producer Responsibility – fabrikanten worden financieel medeverantwoordelijk voor de inzameling en verwerking van hun producten. Voor de schilder vertaalt zich dat tegen 2028-2030 in een terugnameplicht voor verfresten op verpakkingsniveau, inclusief financiële compensatie en gestandaardiseerde inzamelpunten.
Wat gebeurt er met overschotten en lege verpakkingen ...?
Wat verandert er op de werf?
Voor de schilder blijven de verwerkingsstappen herkenbaar. De meeste biobased muurverven op dispersiebasis laten zich rollen en spuiten zoals hun klassieke tegenhangers, met vergelijkbare droogtijden en dekking. Enkele aandachtspunten:
- Reukprofiel en VOC: vaak lager of vergelijkbaar. Reukarme formuleringen zijn ideaal voor bewoonde werven en gevoelige ruimtes (zorg, onderwijs).
- Ondergronden: controleer altijd welke primers compatibel zijn – bij silicaat- en kalkgebonden systemen werk je met gespecialiseerde hechtprimers.
- Meerprijs: biobased muurverven liggen vandaag 10 tot 30 % boven een vergelijkbare standaardverf. Bij openbare aanbestedingen en BREEAM/LEED-projecten wordt die meerprijs vaak vergoed via gunningscriteria. Communiceer dat altijd richting bouwheer of architect.
- Communicatie naar de klant: "vrij van primaire microplastics" en "biobased" zijn verkoopsargumenten. Neem ze expliciet op in je offerte.
Besluit
Biobased en microplasticvrij zijn geen marketingtrucjes meer, maar een marktverschuiving die gedreven wordt door regelgeving, aanbestedingen en R&D-budgetten bij de grote fabrikanten. Voor de vakschilder betekent dit: vandaag vertrouwd raken met de producten, proefvlakken aanleggen in het werkatelier, en de meerwaarde actief communiceren. Wie over twee jaar nog moet zoeken naar een microplasticvrij alternatief, loopt achter de feiten aan.