Meer aandacht voor emissies, gevaarlijke stoffen en correct gebruik
Vrijwillig label met drie productgroepen
Het EU Ecolabel is het officiële, vrijwillige milieulabel van de Europese Unie. De fabrikant moet aantonen dat het product aan de vastgelegde milieu- en prestatiecriteria voldoet; een bevoegde instantie beoordeelt het dossier. De nieuwe regeling verdeelt de producten in drie groepen: decoratieve verven, vernissen en aanverwante producten; performance coatings, zoals vloercoatings, anticorrosieproducten en vloeibare waterdichtingen; en watergedragen spuitbussen. De criteria blijven geldig tot 31 december 2032.
Voor stukadoors is vooral de afbakening belangrijk. Pleisters, vulmiddelen, voegmiddelen, kitten en lijmen vallen niet onder deze productgroepen. Een gelabelde verf kan dus wel deel uitmaken van een afwerksysteem, maar het label bewijst op zichzelf niets over de emissies of milieuprestaties van de onderliggende pleisterlaag.
Bestaande licenties op basis van de criteria uit 2014 blijven nog 18 maanden geldig vanaf de datum van het nieuwe besluit. Die overgangstermijn loopt af op 17 juni 2027. Tot dan kunnen producten met het oude en het nieuwe labelkader naast elkaar op de markt staan. Wie in een bestek uitdrukkelijk de nieuwe emissiecriteria verlangt, moet controleren of de licentie daadwerkelijk onder Besluit (EU) 2025/2607 valt.
Die overgangstermijn loopt af op 17 juni 2027. Tot dan kunnen producten met het oude en het nieuwe labelkader naast elkaar op de markt staan.
Lagere grenzen voor VOS en SVOS
De nieuwe criteria verlagen de maximaal toegelaten hoeveelheden vluchtige organische stoffen (VOS) en semivluchtige organische stoffen (SVOS) in verschillende productcategorieën. Voor matte binnenmuur- en plafondverf geldt bijvoorbeeld een VOS-grens van 10 g/l; voor glanzende binnenverf 30 g/l. Voor primers en hechtprimers bedraagt de grens eveneens 10 g/l, terwijl verf voor hout en metaal maximaal 60 g/l mag bevatten. De precieze grens hangt af van de productcategorie en de bijhorende voorwaarden.
De waarden worden bepaald voor het gebruiksklare product, met inbegrip van aanbevolen toevoegingen zoals kleurpasta en verdunner. Extra verdunnen of additieven gebruiken buiten de voorschriften van de fabrikant kan de basis onder de productclaim aantasten. Raadpleeg daarom de actuele technische fiche en volg de aangegeven mengverhouding.
Emissietest voor binnenproducten
De belangrijkste vernieuwing is de emissietest in een testkamer. Voor binnenproducten gelden grenswaarden op dag 3 én dag 28. Na 28 dagen mag de totale concentratie vluchtige organische stoffen (TVOS) maximaal 300 µg/m³ bedragen. Voor formaldehyde ligt de grens op 10 µg/m³. Ook geldt een R-waarde van maximaal 1,0: daarbij worden de gemeten concentraties van relevante stoffen afgezet tegen hun Europese LCI-waarden. Voor bepaalde kankerverwekkende stoffen zonder EU-LCI-waarde gelden bijkomende individuele limieten.
Wanneer de fabrikant een systeem met grondlaag en afwerking voorschrijft, wordt het volledige systeem getest volgens de gebruiksinstructies. Een gelabelde eindlaag combineren met een willekeurige, niet-geteste grondlaag volstaat dus niet om te stellen dat het volledige systeem aan de emissiecriteria voldoet. Vraag bij twijfel aan de leverancier welke primer, afwerking en kleurcombinatie door de documentatie worden gedekt.
Meting van (S)VOS
Strengere beperkingen voor stoffen
De herziene criteria beperken een reeks gevaarlijke stoffen en stofgroepen, waaronder PFAS, ftalaten, bepaalde bisfenolen, organotinverbindingen en alkylfenolethoxylaten. Ook voor pigmenten met onder meer lood, cadmium, kwik en zeswaardig chroom gelden uitsluitingen. Het eindproduct mag niet bepaalde ernstige gevarenclassificaties dragen, waaronder sensibiliserende classificaties H317 en H334 en classificaties voor kankerverwekkende, mutagene of reprotoxische eigenschappen. De exacte beoordeling gebeurt volgens de voorwaarden en uitzonderingen in het besluit; het label vervangt de CLP- en REACH-verplichtingen niet.
Conserveermiddelen blijven onder voorwaarden mogelijk. In-can conservering en filmconservering hebben afzonderlijke grenzen; filmconservering tegen schimmel en algen is beperkt tot producten waarvoor die toepassing is toegestaan, zoals bepaalde buitenverven en producten voor vochtige binnenruimten. De criteria beperken ook isothiazolinonen. Producten die een antibacteriële of antivirale werking claimen die verder gaat dan de conservering van de verf zelf, komen niet in aanmerking. Voor de schilder betekent dit dat de toepassing en de productclaim goed op elkaar moeten aansluiten.
Verpakking en verspilling
De gebruiker moet informatie kunnen vinden over onder meer het aanbevolen verbruik, het bewaren en hergebruiken van restverf, de veilige verwerking en de juiste beschermingsmiddelen. Dat kan op de verpakking of via een QR-code. Ook moet duidelijk zijn dat restverf niet zomaar bij het huishoudelijk afval hoort. Voor de schilder is die informatie nuttig bij de materiaalraming, het afvalbeheer en de uitleg aan de klant.
De gebruiker moet informatie kunnen vinden over onder meer het aanbevolen verbruik, het bewaren en hergebruiken van restverf, de veilige verwerking en de juiste beschermingsmiddelen
Wat verandert er op de werf?
- Een productnaam die vertrouwd klinkt, garandeert niet dat de samenstelling ongewijzigd is. Fabrikanten kunnen formules aanpassen om aan de nieuwe criteria te voldoen. Controleer daarom de recentste technische fiche, vooral bij verwerking bij lage temperaturen, open tijd, vloeiing en minimale verwerkingstemperatuur. Veranderde recepturen kunnen het gedrag van een product beïnvloeden, ook als de commerciële naam gelijk blijft.
- Let ook op het rendement. Het vereiste minimumrendement voor bepaalde decoratieve verven wordt beoordeeld onder vastgelegde testomstandigheden en bij een bepaalde dekking. Dat is geen garantie dat elke kleur op elke ondergrond met hetzelfde verbruik dekt. Donkere kleuren, sterk zuigende ondergronden en grote kleurverschillen kunnen een aangepaste primer of extra laag vragen. Bereken de hoeveelheden op basis van de technische fiche en de toestand van de ondergrond.
- In vochtige ruimten moet het product geschikt zijn voor de toepassing. Filmconservering is binnen het label alleen onder specifieke voorwaarden toegestaan. Een gewoon gelabelde muurverf is daarom niet automatisch geschikt voor elke badkamer, douchezone of sanitaire ruimte. Volg de toepassingsaanwijzingen van de fabrikant en verwar schimmelwerende eigenschappen van de verf niet met een oplossing voor bouwkundige vochtproblemen.
- Ook een lage emissie betekent niet dat ventilatie overbodig wordt. De testkamerresultaten zijn bepaald onder gestandaardiseerde omstandigheden en zijn geen voorspelling van de exacte concentratie in een concreet lokaal. Ventileer tijdens en na de schilderwerken volgens de productinstructies en stem de ingebruikname af op de omstandigheden, zeker in klaslokalen, kantoren en zorginstellingen.
Ook een lage emissie betekent niet dat ventilatie overbodig wordt
Van technische fiche naar offerte
- Maak het label controleerbaar in de offerte. Vermeld de merknaam, het exacte product en waar relevant het licentienummer, het aantal lagen en het geraamde verbruik per vierkante meter. Verwijs naar de actuele technische fiche en leg vast welk grondlaag-afwerksysteem wordt toegepast. Als een opdrachtgever de nieuwe emissiecriteria vraagt, controleer dan of de gekozen licentie onder het besluit van 2025 valt en niet uitsluitend onder het oude kader.
- Bij openbare opdrachten moet een gevraagd label worden gelezen binnen de regels voor aanbestedingen. Artikel 43 van Richtlijn 2014/24/EU voorziet onder voorwaarden in de aanvaarding van gelijkwaardige labels en bepaalde andere bewijzen. De precieze formulering van het bestek blijft bepalend. Wie een alternatief product aanbiedt, moet dus tijdig nagaan welk technisch dossier of testrapport nodig is.
- Het EU Ecolabel kan helpen om milieuclaims concreter te maken, maar is geen vrijgeleide voor algemene uitspraken als ‘volledig milieuvriendelijk’ of ‘zonder impact’. De Europese regels tegen greenwashing worden vanaf 27 september 2026 toegepast. Koppel claims daarom aan aantoonbare eigenschappen van het specifieke product en vermijd dat een label wordt voorgesteld als bewijs voor de volledige milieu-impact van een gebouw of schilderproject.
Voor de beoordeling van prestaties blijven relevante Europese en internationale normen belangrijk
Wetgeving en normen blijven gelden
Het EU Ecolabel komt boven op de bestaande verplichtingen. De VOS-richtlijn 2004/42/EG bepaalt wettelijke maximumgehalten voor verfproducten op de Europese markt. Ook de CLP-regels voor gevarenetikettering, REACH-beperkingen en de biociden-verordening blijven van toepassing. Een vrijwillig label vervangt evenmin de verplichtingen rond veilig werken, persoonlijke beschermingsmiddelen of afvalverwerking.
Voor de beoordeling van prestaties blijven relevante Europese en internationale normen belangrijk. Voor binnenmuurverf gaat het onder meer om EN 13300, voor gevelverf om de relevante delen van EN 1062 en voor houtafwerkingen om EN 927. De emissietest sluit aan bij de toepasselijke Europese testmethoden voor bouwproducten, waaronder EN 16516. Welke norm en prestatieklasse relevant zijn, hangt af van het producttype en de beoogde toepassing; neem daarom geen klasse over zonder de technische fiche te controleren.
Een argument, geen totaalgarantie
Voor scholen, kantoren en zorginstellingen kan het label een bruikbaar bewijsstuk zijn wanneer lage emissies en binnenluchtkwaliteit belangrijk zijn. Het helpt om producteigenschappen beter te documenteren en kan het gesprek over verbruik, onderhoud en afvalbeheer ondersteunen. Maar de luchtkwaliteit in een gebouw hangt ook af van ventilatie, andere afwerkingsmaterialen, meubilair en het gebruik van de ruimte. Het label garandeert dus niet de binnenluchtkwaliteit van het gebouw als geheel.
Voor schilders en stukadoors komt het erop aan om het juiste product voor de juiste toepassing te kiezen, de volledige systeemopbouw te respecteren en claims zorgvuldig te formuleren. Vraag leveranciers naar de actuele licentie en technische fiche, leg productkeuze en verbruik helder vast in de offerte en plan voldoende ventilatie na de werken. Zo wordt het EU Ecolabel een concreet hulpmiddel op de werf, in plaats van alleen een logo op het blik.